Vandecasteele en Vanhooren Architectenbureau

Architectenbureau Kris Vandecasteele en Karel Vanhooren betrekken wellicht het meest zichtbare kantoor in Vlaanderen. De uitzonderingen natuurlijk daargelaten. In elk geval zeker in Oostende. Hun ligging aan het Vlaams Plein heeft veel weg van een manifest.

Architectuur en stedenbouw vallen hier mooi in hun plooi. In zijn zwarte verschijning roept de ‘zwarte doos’, de buurt bij elkaar. Een schreeuw om de chronische beeldloosheid van Oostende aan te kaarten. Het gebouw geldt tevens als een vooruitgeschoven ‘post’ van de intacte en keurige Prinsenlaan, een koppelteken tussen twee stedelijke entiteiten. Een hoofdkwartier in een ‘vlak’ stedelijk gebied. De ingreep blijft verbazen al is het maar door het vele spiegelende glas en het aseptische interieur, rigide onderstreept door wit en zwart. Een leegte die bestaat bij de gratie van wat er omheen gebeurt. Kortom een plek om grondig na te denken over architectuur. “Architectuur betekent het verleggen van grenzen, in volle breedte durven denken en alle conventies op een bepaald moment even loslaten”, zegt architect Kris Vandecasteele zelfzeker. Beelding en verbeelding doorkruisen het oeuvre van het bureau Vandecasteele en Vanhooren.

Dynamiek en gretigheid

Het ontwerpbureau richt zich vooral op private opdrachten en ontwerpt voor het merendeel appartementen en woningen. Daarnaast vallen ook bedrijfsgebouwen en bijzondere villa’s soms in de architectuurkorf van het ontwerpbureau. Recent bezochten we een riante villa in Gistel. Opmerkelijk alleen al door de ruim twintig meter blinde façade – een vorm van vormelijke opstandigheid? – en de vier inpandige patio’s, en niet te vergeten het immense keukeneiland van geaderd marmer zo immens als een vliegdekschip. Alles in deze woning is buiten zijn proporties en toch klopt zowel architectuur als interieur. Het is rationele logica in een setting van hedendaagsheid, al dekt de term niet de lading omdat ze teveel wordt gecomprimeerd in een krappe tijdspanne. Hedendaags heeft de nasmaak van einde. Alles wat gisteren werd gebouwd is strikt genomen vandaag niet meer hedendaags.

Het oog geboeid

“We doen ook kleine verbouwingen”, zegt Karel Vanhooren haast vergoelijkend.” Het bureau heeft zondermeer een dynamiek en een gretigheid, gedragen door twaalf medewerkers waarvan de helft zich buigt over de binnenkant van de architectuur. “Architectuur en interieurarchitectuur kennen geen breukvlak, er is geen punt waar architectuur ophoudt, de interieurarchitect neemt het gewoon over”, zegt Karel Vanhooren.

Op een kavel in Stene mochten we ‘proeven’ van een tweetal villa’s met zicht op het polderlandschap. De woningen zijn bezet met grote glaspartijen en slanke profielen en geven het wonen door het machtige landelijke beeld een heerlijk stukje extra. Het wisselende licht door voorbijvliegende wolken en een omgeving waarin altijd wel iets beweegt, vliegt of fladdert boeit het oog. Vanop het aanpalende terras komt het landschap dichterbij en speelt het wonen door de schuiframen zich af tussen binnen en buiten. Vanuit de woonkamer is zwaaien naar de buren in deze verkaveling geen uitzondering. Leuk en gezellig, maar soms ook een opgave. Het jammerlijke is dat het bij een typische Vlaamse verkaveling is gebleven en dat niemand omkeek om meer stedelijke verbeelding in gang te zetten. De twee zaakvoerders beseffen dat de klassieke villabouw een voorbije zaak is en dat slim landgebruik en het ‘anders’ bouwen veel meer aan de orde zijn.

Geniaal inspelen

Is er dan nog ruimte voor architectuur? Kris Vandecasteele: “Architectuur ontstaat deels uit meetbare parameters. Vandaag is de wereld in de ban van het meten, weten en beheersen terwijl er ook elementen zijn in architectuur die je moeilijk of nauwelijks kunt benoemen of vatten. Noem het schoonheid, of dromen die je grenzen verleggen en het bouwproject vleugels bezorgt. Ze geven het eindresultaat een extra drive. Dat eindresultaat heb je nooit voor tweehonderd procent in handen. Misschien is dit stukje avontuur dat mij binnen de architectuurdiscipline zo aanspreekt. Architectuur zal er altijd zijn, het is weggelegd om geniaal in te spelen op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen.”

Drukdoenerij

Wat is jullie positie? Karel Vanhooren: “Op de schaal van architecten staan wij tussen de ‘kunstenaars’ en de ‘global builders’. Wij ontwikkelen concepten en volgen een bepaald traject naar het einddoel. Dat is meestal een stevige bundel waarin het proces zichtbaar naar het eindresultaat groeit.” Kris Vandecasteele valt bij: “We doen gewoon ons ding, we houden ons niet bezig met wat anderen doen of niet doen. Wij laten ons niet imponeren door drukdoenerij. Het gaat meer en meer om reflectie en onze scharnierfunctie tussen stad en bewoners. Ons kantoorgebouw kon geen betere plek verdienen, wij zijn een uitstalraam en omgekeerd zijn we er voor de mensen. Wij zien ook dat er maatschappelijke veranderingen zich voordoen, dat de inspraak groter en complexer is geworden. En dat we voor onszelf naar die maatschappelijke meerwaarde op zoek gaan. Wij zijn geen statisch bureau, momenteel zijn we ons ons volop aan het reorganiseren en aan het heroriënteren. In Gent starten we momenteel ons satellietkantoor op. Onze structuur en onze visie zijn we verder aan het uitbouwen. En vooral van belang is dat we ons vragen durven stellen niet alleen met betrekking tot het wonen, maar ook hoe we architectuur en bedrijfsleven zinvol kunnen laten samenvloeien waardoor we ons ontpoppen als verlichte architecten en verlichte ondernemers. Het klinkt als het doorbreken van een taboe, maar moeten we als architecten altijd de idealistische pet opzetten?

Je ding doen klinkt natuurlijk mooi, er is nog altijd het budget. Karel Vanhooren: “Dat is inderdaad zo, wat ik bedoel is dat wanneer we een concept ontwikkelen het gebeurt dat de bouwheer keuzes maakt die niet altijd in het concept passen. Zijn programma is dan niet van tel wel onze architectuur die een eigen programma in zich draagt. Het gaat niet per se om een dure keuken, wel om een keuken die past binnen de lijnen van het architectuurproject.”

Architectuur is een breed proces

Hoe kijken jullie tegen wedstrijden aan? Kris Vandecasteele: “We hebben onze ontwerpmentaliteit opgedaan in diverse bureaus in Brussel en Gent. Voor de verfijning van onze ontwerpmethodiek was de tijdelijke aansluiting bij het team van architect Dirk Coopman een belangrijk kantelmoment. Memorabele tijden waren dat. Wij hebben ons plat gewerkt, zo’n 360 à 400 uren per maand. Het ging bij hem over architectuur, hij leerde ons op grote schaal denken. Wat ik nog steeds aan hem bewonder is dat hij alles kon loslaten. Hij was met architectuur begaan niet met woningen, hij zag architectuur veeleer als een breed proces. Erg inspirerend zonder meer, een ervaring die wij hebben meegenomen naar ons kantoor. Zo zie je wat ontmoetingen kunnen teweegbrengen. Het was bij Coopman dat ik mijn medevennoot Karel voor het eerst heb ontmoet. Na zoveel jaren hebben wij weer zin om deel te nemen aan architectuurwedstrijd. Het houdt ons scherp en alert, we mogen in geen geval indommelen maar zijn verplicht om bij de les te blijven. Bovendien blijven we kritisch naar ons eigen profiel kijken. De afgelopen twintig jaar heeft de wereld niet stilgestaan, zo ook het debat rond architectuur waaraan wij willen deelnemen, ook voor de volgende twintig jaar die op ons staan te wachten.”

www.kvarch.be

Philip Willaert

Lagae en Bauwens. Twee Belgen winnen een Interieur Award 2016

Dit jaar vallen twee Belgische objecten in de prijzen bij de Interieur Awards 2016. De ontwerpen van Inge Lagae (Labyrinth) en Giovanni Bauwens (Wayback Sofa) mogen zich dan ook tot de internationale top rekenen. De jury heeft overduidelijk gekozen voor ontwerpen die, elk op hun eigen manier, omgaan met duurzaam materiaalgebruik en het stimuleren van interactie. Een dubbelportret.

Objecten die relevant zijn voor de leefruimte, daar was het de jury van de Interieur Awards om te doen. Lagae en Bauwens zijn twee compleet verschillende ontwerpers, maar leveren mooi bewijs hoe die relevantie in België wordt vormgegeven. Door hun meubeldesign stimuleren beide Belgische laureaten het sociale, de cocreatie tussen mens en object en interactie met elkaar. Dat, gecombineerd met een bijzondere aandacht voor duurzaamheid en een doordacht materiaalgebruik, maakt zowel de boekenkast Labyrinth, als de Wayback Sofa toonbeelden van 21ste eeuws kwalitatief en relevant Belgisch design.

‘Labyrinth’ van Inge Lagae is een stalen boekenkast geïnspireerd op een gepassioneerde kunstboekencollectioneur. Het object is ontworpen om een collectie op te slaan en tegelijkertijd aan de bezoeker te tonen, en verdient een zo centraal mogelijke plaats in huis. Het design van ‘Labyrinth’ wordt door Lagae bij iedere uitvoering aangepast aan de noden van de eigenaar. Die voegt door de kast te vullen bovendien zelf inhoud aan het meubel toe, en bepaalt daardoor finaal zelf de uiteindelijke functie. Het is dergelijke cocreatie tussen meubel en mens dat het object zijn uiteindelijk visueel karakter en functie zal verlenen. “Het gebruik van staal was mijn uitdrukkelijke keuze voor Labyrinth. Ik houd van de duurzaamheid, strakheid en sterkte van dat materiaal. Omdat de kast 100% uit staal bestaat, is hij bovendien recycleerbaar. Het meubel wordt tenslotte verscheept als flatpack, aangezien iedere onderlegde vakman het ter plaatse kan assembleren”, aldus Inge Lagae.

Het ontwerp van ‘Wayback Sofa’ door Giovanni Bauwens (Willing and Able) nodigt de gebruikers actief uit om de woonkamer terug in gebruik te nemen. Het lederen object is een aanpassing op de conventionele zetel, die in zijn alom gekende L-vorm langs de zijkant steeds een deel heeft waarop languit gelegen kan worden. Bij ‘Wayback’ wordt dit lounge-deel centraal geplaatst en meer naar achteren toe. De sofa wil op die manier met zijn aangepaste vorm en diepe kussens gebruikers gemakkelijker met elkaar in interactie laten treden, en stimuleren tot gezellig samenzijn. Wayback heeft een generatiebindend karakter, en kan zelfs (mits uitgevoerd in aangepaste materialen) buiten gebruikt worden. “We passen zo bewust mogelijk de meest pure eigenschappen van een materiaal toe ten voordele van het gehele object. Leder is ongekleurd, en ook staal behoudt zijn oorspronkelijke patina. We willen materialen niet behandelen als louter technische dragers die nog moeten worden voorzien van een verflaag. Op Interieur tonen we ons eerste prototype in stof”, vertelt Giovanni Bauwens.

www.ingelagae.be

www.willingandable.be

American Beauty

Maison Lauzerville (Toulouse)

Voorbij de boerenwoning

Vittorio Simoni